Financieel totaalbeeld
In het financieel totaalbeeld laten we het gewijzigde totaalbeeld zien van de begroting na vaststelling van de Najaarsnota 2026. Ook staat er een overzicht van de voorgestelde wijzigingen per ambitie. Dit is uitgesplitst naar exploitatie en reservemutaties. Ook geven we inzicht in hoe de investeringen ervoor staan en welke middelen we uit gaan geven aan groot onderhoud (voorzieningen).
Exploitatie
In de najaarsnota staat een totaal aan lasten van € 1.191,9 miljoen. De baten bedragen € 1.088,8 miljoen. Het verschil van € 103,1 miljoen wordt gedekt door de inzet van bestemmingsreserves en de algemene vrije reserve.
(bedragen x € 1 miljoen) | Lasten | Baten | Saldo lasten en baten | Toevoeging reserves | Onttrekking reserves | Mutaties reserves | Resultaat |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 Samenwerken aan Zuid-Holland | 34,7 | 0,4 | 34,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 34,3 |
2 Bereikbaar Zuid-Holland | 443,6 | 26,9 | 416,7 | 2,7 | 37,5 | -34,8 | 381,9 |
3 Schone energie voor iedereen | 51,0 | 10,6 | 40,4 | 3,0 | 28,0 | -25,0 | 15,4 |
4 Een welvarend Zuid-Holland | 83,3 | 4,8 | 78,5 | 1,4 | 7,2 | -5,8 | 72,7 |
5 Gezonde natuur, toekomstbestendig watersysteem en vitale landbouw | 220,6 | 54,7 | 165,9 | 43,5 | 84,2 | -40,7 | 125,2 |
6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland | 68,5 | 6,9 | 61,6 | 5,8 | 40,1 | -34,3 | 27,3 |
7 Gezond en veilig Zuid-Holland | 125,0 | 13,8 | 111,2 | 0,6 | 9,1 | -8,5 | 102,8 |
- Overzicht Organisatie | 160,3 | 7,6 | 152,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 152,7 |
- Overzicht Algemene middelen | 4,8 | 963,0 | -958,2 | 75,6 | 29,6 | 46,1 | -912,2 |
Totaal | 1191,9 | 1088,8 | 103,1 | 132,5 | 235,7 | -103,1 | 0,0 |
Totaal reserves per ambitie
Reservenaam | Toevoeging | Onttrekking | Saldo mutaties |
|---|---|---|---|
2 Bereikbaar Zuid-Holland | |||
Bereikbaarheid | 2,7 | 25,6 | -22,9 |
Egalisatiereserve dbo infrastructuur | 0,0 | 1,0 | -1,0 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 10,5 | -10,5 |
3 Schone energie voor iedereen | |||
Egalisatiereserve lastneming subsidies | 0,0 | 1,2 | -1,2 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 0,7 | -0,7 |
Versterking economie | 3,0 | 0,0 | 3,0 |
Warmteleiding Warmtelinq | 0,0 | 26,1 | -26,1 |
4 Een welvarend Zuid-Holland | |||
Egalisatiereserve lastneming subsidies | 0,0 | 2,0 | -2,0 |
Interreg-cofinanciering EFRO | 0,0 | 1,9 | -1,9 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 1,0 | -1,0 |
Life Sciences & Health | 0,0 | 0,3 | -0,3 |
Strategische reserve Landelijk gebied als onderdeel van de Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Versterking economie | 1,4 | 1,7 | -0,3 |
5 Gezonde natuur, toekomstbestendig watersysteem en vitale landbouw | |||
Beheerplannen Natura 2000 en PAS | 0,0 | 1,5 | -1,5 |
Egalisatiereserve lastneming subsidies | 0,0 | 0,9 | -0,9 |
Geen lege handen voor de landbouw | 0,0 | -0,1 | 0,1 |
Groene ambities | 0,0 | 5,3 | -5,3 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 40,0 | -40,0 |
NatuurNetwerk Nederland | 0,0 | 29,3 | -29,3 |
Project duurzame ontwikkeling Zuidplaspolder | 0,0 | 0,3 | -0,3 |
Reserve Ontwikkelopgave natuur | 3,5 | 2,8 | 0,6 |
Strategische reserve Landelijk gebied als onderdeel van de Investeringsagenda 2026-2030 | 40,0 | 2,8 | 37,2 |
6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland | |||
Egalisatiereserve lastneming subsidies | 0,0 | 8,5 | -8,5 |
Subsidieregeling Wonen Zuid-Holland | 5,8 | 31,6 | -25,8 |
7 Gezond en veilig Zuid-Holland | |||
Egalisatiereserve lastneming subsidies | 0,0 | 0,1 | -0,1 |
Groene ambities | 0,0 | 4,1 | -4,1 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 0,0 | 0,3 | -0,3 |
Meerjarenplan Bodem, ondergrond en grondwater | 0,6 | 4,0 | -3,4 |
Project duurzame ontwikkeling Zuidplaspolder | 0,0 | 0,2 | -0,2 |
- Overzicht Algemene middelen | |||
Algemene vrije reserve | 39,4 | -0,7 | 40,1 |
Bufferreserve Weerstandscapaciteit | 13,8 | 0,0 | 13,8 |
Investeringsagenda 2026-2030 | 3,5 | 30,3 | -26,8 |
Subsidieregeling Wonen Zuid-Holland | 19,0 | 0,0 | 19,0 |
Eindtotaal | 132,5 | 235,7 | -103,1 |
Mutaties in de Najaarsnota ten opzicht van de Voorjaarsnota
Onderstaande tabel laat de wijzigingen zien die in deze najaarsnota worden voorgesteld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2026. Dit gaat om wijzigingen in de lasten en de baten, en om wijzigingen in de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Het totaalsaldo in de kolom 'Saldo lasten en baten' wordt gedekt door de bestemmingsreserves en/of de algemene vrije reserve. Deze verrekening vindt ook plaats voor tussentijdse wijzigingen op het begrotingssaldo. Dat is ook de verklaring voor het totaalsaldo in de kolom 'Resultaat' dat gelijk is aan 0 .
(bedragen x € 1 miljoen) | Lasten | Baten | Saldo lasten en baten | Toevoeging reserves | Onttrekking reserves | Mutaties reserves | Resultaat |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 Samenwerken aan Zuid-Holland | 1,3 | 0,0 | 1,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 1,3 |
2 Bereikbaar Zuid-Holland | 9,0 | 4,5 | 4,5 | 0,0 | 1,9 | -1,9 | 2,6 |
3 Schone energie voor iedereen | -18,8 | -0,2 | -18,6 | 3,0 | -15,4 | 18,4 | -0,3 |
4 Een welvarend Zuid-Holland | -8,5 | -2,3 | -6,2 | 0,7 | 0,2 | 0,5 | -5,7 |
5 Gezonde natuur, toekomstbestendig watersysteem en vitale landbouw | -9,9 | -3,7 | -6,2 | 0,0 | -7,2 | 7,2 | 1,0 |
6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland | -15,8 | 0,0 | -15,8 | 5,8 | 8,2 | -2,4 | -18,2 |
7 Gezond en veilig Zuid-Holland | -5,3 | -1,5 | -3,8 | 0,0 | 2,7 | -2,7 | -6,4 |
- Overzicht Organisatie | 13,8 | 3,0 | 10,8 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 10,8 |
- Overzicht Algemene middelen | -9,0 | 24,0 | -33,0 | 53,2 | 5,3 | 47,9 | 14,9 |
Totaal | -43,2 | 23,8 | -67,0 | 62,6 | -4,4 | 67,0 | 0,0 |
Lasten
In deze Najaarsnota nemen de lasten per saldo af met € 43,2 miljoen ten opzichte van de voorjaarsnota voor het jaar 2026. Een omvangrijk deel daarvan betreft de lastneming van subsidies. Die zijn wel aangevraagd en beschikt, maar op basis van de verslaggevingsregels worden de lasten daarvan in latere jaren verantwoord. Een selectie van omvangrijke bijstellingen is hieronder opgenomen:
Verlaging van lasten
- In Ambitie 3 worden de lasten met € 18,8 miljoen verlaagd. Dit komt vooral door het in latere jaren opnemen van lasten voor project Warmtelinq (€ 14,8 miljoen). Daarnaast worden de lasten met € 3 miljoen verlaagd voor energietransitie ten gunste van de reserve Economie.
- In Ambitie 4 is per saldo € 8,5 miljoen aan lasten voor subsidies voor diverse subsidieregelingen, zoals MIT, Impuls Innovatie en Restauratie Rijksmonumenten, in latere jaren (2027-2031) geraamd. Hiermee wordt aangesloten bij de verwachte besteding door de subsidieontvangers. Voor de Campusregeling worden lasten vanuit 2028 juist naar 2026 (€ 1,2 miljoen) en 2027 (€ 1 miljoen) gehaald.
- In Ambitie 5 is ruim € 9,9 miljoen aan lasten voor subsidies en de verwachte inzet van specifiek toegekende middelen in latere jaren (2027-2029) geraamd. Dit betreft bijvoorbeeld de lasten voor subsidie watergebiedsplan Boerenlandvolgels, Buijtenland van Rhoon en subsidies die worden verstrekt via het ZH-PLG. Daarnaast worden middelen voor onder andere NNN in latere jaren geraamd voor circa € 4,5 miljoen. Tot slot nemen de arbeidskosten toe met circa € 2 miljoen door de administratieve verdeling van de loonkosten.
- In Ambitie 6 is € 15,8 miljoen aan lasten voor subsidies Wonen in latere jaren geraamd, zodat deze aansluiten op de verwachte besteding door de subsidieontvangers. De lasten nemen verder af doordat de middelen voor de ontwikkeling van het Landschapspark Zuidvleugel worden gefaseerd vanuit 2026 (€ 2,5 miljoen) en 2027 (€ 1,2 miljoen) naar 2028 en verder. Tot slot nemen de arbeidskosten toe met circa € 1,8 miljoen door de administratieve verdeling van de loonkosten.
- In Ambitie 7 nemen de lasten af met ruim € 5 miljoen. Zo is er een incidentele vrijval van € 1 miljoen uit het budget voor Omgevingsdiensten. Daarnaast is € 1,9 miljoen aan lasten voor subsidies voor sport, recreatie en toerisme in latere jaren geraamd, zodat deze aansluiten op de verwachte besteding door de subsidieontvangers. Tot slot nemen de arbeidskosten toe met circa € 1 miljoen door de administratieve verdeling van de loonkosten.
- In het Overzicht Algemene middelen staan € 9 miljoen aan lastenverlagingen. Dit komt door de diverse onttrekkingen uit de stelposten capaciteitsplan (€ 5,9 miljoen) en stelpost personeelskosten (€ 4,3 miljoen) welke administratief zijn toegerekend aan de verschillende ambities. Doordat de administratieve toerekening van de rentekosten lager uitvallen nemen de lasten toe met € 1,8 miljoen, hier tegenover staan ook hogere rentebaten.
Verhoging van lasten
- In Ambitie 1 zijn de lasten met € 1,3 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de administratieve verdeling van de arbeidskosten.
- In Ambitie 2 zijn enkele omvangrijke bijstellingen opgenomen, zoals voor openbaar vervoer (€ 1,8 miljoen) en de bijdrage aan Rijkswaterstaat van € 3,6 miljoen voor de aanleg van geluidsschermen langs de A16. De bijdrage, evaluatie en personele kosten wordt betaald uit inkomsten vanuit de gemeente Rotterdam. Ook nemen de kosten toe door extra werkzaamheden voor beheer en onderhoud (€ 2,7 miljoen). Daarnaast nemen de arbeidskosten toe met circa € 3,2 miljoen door de administratieve verdeling van de loonkosten. De kosten worden daarentegen ook afgeraamd, vallen vrij of worden gefaseerd over de jaren, dit betreft onder andere de lastneming van fietsprojecten (€ 0,7 miljoen).
- In het Overzicht Organisatie is € 13,8 miljoen aan aanvullende lasten geraamd. Dit komt onder andere door aanvullende middelen voor het dichten van het datalek en de herijking van de middelen informatietransitie van circa € 3,4 miljoen. Tot slot nemen de arbeidskosten toe met circa € 6 miljoen door de administratieve verdeling van de loonkosten.
Baten
In deze Najaarsnota nemen de baten per saldo toe met € 23,8 miljoen ten opzichte van de voorjaarsnota voor het jaar 2026. Dit betreft voor een bedrag van € 15,9 miljoen de verwerking van de meicirculaire 2026. Op 23 juni 2026 stuurden wij een brief aan Provinciale Staten met informatie over de financiële effecten van de meicirculaire 2026 op het provinciefonds. Die financiële effecten zijn verwerkt in deze najaarsnota. Jaarschijf 2031 wordt in deze Najaarsnota voor het eerst toegevoegd aan de begroting (T+5 jaar). Dat verklaart onder andere de sterke stijging in dat jaar.
Daarnaast vindt er een positieve bijstelling plaats op de motorrijtuigenbelasting van € 6,3 miljoen. Dit komt met name omdat we verwachten dat de opbrengsten in de komende jaren stijgen door de versnelde transitie van brandstof aangedreven auto’s naar hybride en elektrisch aangedreven auto’s en door de inkomsten uit opcenten (extra belasting) voor campers.
Tot slot vindt er een bijstelling van de rentebaten plaats door een hogere liquiditeitspositie dan eerder voorspeld. Dit leidt tot extra rentebaten van € 1,8 miljoen.
Meerjarige mutaties in de Najaarsnota ten opzicht van de Voorjaarsnota
In deze najaarsnota zijn diverse bijstellingen opgenomen met een meerjarig financieel effect. Deze bijstellingen volgen vanuit geactualiseerde planningen en verwachte bestedingsritmes en dragen bij aan een meer realistische begroting (realisatiekracht). Onderstaande tabel toont de omvang van de mutaties voor de periode tot en met 2030 voor de lasten, baten en de mutaties in de reserves.
(bedragen x € 1 miljoen) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | -43,2 | 60,5 | 44,5 | 29,1 | -3,5 |
Baten | 23,8 | 34,3 | 29,6 | 23,3 | -3,0 |
Totaal lasten en baten | -67,0 | 26,2 | 14,9 | 5,8 | -0,5 |
Toevoeging reserves | 62,6 | -9,4 | -3,7 | -3,9 | 1,0 |
Onttrekking reserves | -4,4 | 16,7 | 11,2 | 1,8 | 0,5 |
Totaal reserves | 67,0 | -26,2 | -14,9 | -5,8 | 0,5 |
Resultaat | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Meerjarige financiële bijstellingen
Doordat ook in de Begroting 2027 meerjarige financiële mutaties plaatsvinden, is de som van de meerjarige mutaties in de Najaarsnota 2026 en Begroting 2027 relevant voor de toelichting van de meerjarige financiële mutaties. Om die reden wordt de som van de meerjarige mutaties in beide producten toegelicht in het algemeen financieel beeld van de Begroting 2027.
Mutaties reserves
De mutaties in de reserves volgen vanuit bijstellingen van de lasten. Daarnaast zijn de begrotingssaldi per jaar verrekend met de algemene vrije reserve.
Inzicht in investeringen
De provincie Zuid-Holland investeert jaarlijks vele miljoenen euro’s. Denk aan (vaar)wegen, fietspaden, bushaltes en andere voorzieningen voor openbaar vervoer. Maar ook aan de eigen gebouwen van de provincie zoals het provinciehuis, de steunpunten en automatisering (ict). Een groot deel van deze investeringen wordt op de balans verantwoord onder de materiële vaste activa. De provincie investeert ook in andere categorieën zoals immateriële vaste activa (waaronder kosten van onderzoek en ontwikkeling en bijdragen in activa van derden) en financiële vaste activa (waaronder kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen).
Voor dergelijke investeringen stellen Provinciale Staten een investeringskrediet vast met een budgetplafond, een afbakening van wat er moet gebeuren (scope) en een einddatum waarop het project naar verwachting gereed is. Voor veel investeringskredieten, vooral bij bereikbaarheid, geldt dat de looptijd van het krediet meerdere jaren kan zijn. Op basis van de projectplanning wordt vervolgens per investeringskrediet geraamd welke bedragen (uitgaven en inkomsten) we in welk jaar verwachten. Tijdens het project leveren verschillende rapportages informatie op over de voortgang. Op basis daarvan stellen we de ramingen van de uitgaven en inkomsten per jaarschijf bij. Hierbij worden het totaal van het kredietbudget en de vastgestelde einddatum niet overschreden. Als we verwachten dat dat laatste toch gaat gebeuren dan vindt hierover nadrukkelijk besluitvorming plaats door Provinciale Staten.

Toelichting:
Investeringsprojecten met een einddatum van 2026 worden bij jaarrekening 2026 gereed gemeld. Vanaf 2027 schrijven we daar op af. Bovenstaande grafiek laat zien welk bedrag we in 2026 naar verwachting gereed melden. Dit bedrag is gebaseerd op bijna 60 investeringsprojecten. Hierbij geldt dat die projecten vaak in de jaren hiervoor zijn gestart en dit jaar klaar zijn. De grafiek laat zien dat in deze najaarsnota de omvang van de verwachte gereed melding aan investeringen afneemt met ongeveer € 163 miljoen ten opzichte van de voorjaarsnota. Die afname wordt verklaard in Bijlage 3 Prognose gereedmelding investeringen .
De grote mutatie is mede het gevolg van de ingezette lijn voor realistisch ramen. Als onderdeel van de digitale voortgangsrapportages moeten (uitvoerings)projecten een realistische prognose opgeven. Twee keer per jaar wordt de voortgang besproken waarbij bij het opstellen van deze najaarsnota expliciet aandacht is gegeven aan het realiteitsgehalte van investeringsuitgaven. Bij twijfel zijn uitgaven in een later jaar gepland. Voor wat betreft reserveringen voor toekomstige investeringsprojecten (momenteel in initiatief- of verkenningsfase) wordt niet meer geraamd op (politiek) gewenste uitgaven en activering, maar op basis van een conservatieve inschatting. Hierbij wordt rekening gehouden met meer tijd voor afstemming met omgeving, bestuur en politiek, meer tijd voor juridische procedures, extra onderzoeken etc. De aframingen van de gereedgemelde investeringen in 2026 (en 2027) schuiven vooral door naar de jaren 2029 en 2030.

Toelichting:
Bovenstaande grafiek laat zien welk bedrag we in 2026 naar verwachting uitgeven op investeringsprojecten. Dit bedrag is gebaseerd op circa 75 investeringsprojecten. Hierbij geldt dat een groot deel pas in komende jaren klaar is. De grafiek laat zien dat in deze najaarsnota de omvang van de verwachte investeringsuitgaven daalt ten opzichte van de voorjaarsnota. Hoewel de netto mutatie € 31 miljoen bedraagt, vinden er zowel positieve als negatieve mutaties plaats. De bijstellingen betreffen vooral een actualisatie van de verwachte uitgaven binnen het PZI (bijstellingen zowel meer- als minderuitgaven) met een uiteindelijk effect van € 8,4 miljoen minder uitgaven. Een grote bijstelling naar boven is de vervanging van de Steekterbrug met € 8,4 miljoen en de N211 Wippolderlaan met € 7,6 miljoen. De grootste bijstellingen naar beneden zijn het HOV DMG met € 8,8 miljoen, de N207 Zuid met € 3,5 miljoen, diverse fietsprojecten met € 4 miljoen en diverse kleinere bijstellingen die optellen tot € 3,6 miljoen. Andere bijstelling naar beneden zijn een verzameling van investeringsprojecten van beheer & onderhoud van in totaal circa € 3,3 miljoen. In veel gevallen betreft dit een fasering naar toekomstige jaren. Tot slot zit de grootste bijstelling naar beneden in de provinciale huisvesting (€ 18,6 miljoen), ook deze uitgaven verschuiven naar toekomstige jaren.
Inzicht in voorzieningen groot onderhoud
In de Voorjaarsnota 2025 zijn drie voorzieningen gevormd voor toekomstige uitgaven aan groot onderhoud:
- Voorziening groot onderhoud infrastructuur;
- Voorziening groot onderhoud vaarwegen;
- Voorziening groot onderhoud provinciale recreatiegebieden.
De voorzieningen worden jaarlijks gevuld via een storting (dotatie). In 2025 is bij de vorming van de voorziening eenmalig een extra bedrag gestort als onderdeel van het afschaffen van de financiële gesloten systemen. De stortingen in de voorzieningen zijn begroot in de exploitatie in de ambities. De uitgaven aan groot onderhoud worden direct ten laste van de voorzieningen geboekt. Deze uitgaven zijn gebaseerd op het onderliggende meerjarenonderhoudsprogramma.

Toelichting:
Bovenstaande tabel toont de raming van de uitgaven over het lopende jaar en het meerjarenperspectief is te vinden in de Begroting 2027. In 2026 begroten we € 101,6 miljoen aan groot onderhoud dat via de voorzieningen wordt geboekt. Bij voorjaarsnota was dit begroot op € 109,5 miljoen. De bijstelling betreft een vermindering op de uitgaven op het onderhoud infrastructuur van € 8,9 miljoen en een hogere uitgave op onderhoud vaarwegen van € 1 miljoen. De vermindering is met name het gevolg van een andere fasering voor planmatig onderhoud wegen.
Inzicht in Investeringsagenda 2026-2030
Voorstel | Naam voorstel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | Totaal ingezet | Totaal toegekend | Resterend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
#1 | Stand reserve investeringsagenda | 120,0 | 81,7 | 61,5 | 45,3 | 33,3 | |||
Extra storting in investeringsagenda | 3,5 | 3,5 | 3,5 | - | |||||
#2 | Stand reserve investeringsagenda na extra storting | 123,5 | 81,7 | 61,5 | 45,3 | 33,3 | |||
a. | Aanpak knelpunten (hoofd-) fietsnetwerk | -10,0 | -10,0 | 10,0 | - | ||||
b. | Aansluiting N215 – N498 | -0,5 | -0,5 | 0,5 | - | ||||
c. | Uitvoering Actieplan Geluid (stil asfalt) | -0,3 | -0,5 | -0,5 | -0,3 | -1,5 | 1,5 | - | |
d. | Investering in Beter benutten: Bedrijfsverplaatsings- en herstructureringsfonds | - | 10,0 | 10,0 | |||||
e. | Versterking regionaal investeringskapitaal start-ups, scale-ups en innovatief mkb | -11,3 | -11,3 | 11,3 | - | ||||
f. | Tegen gaan netcongestie in Zuid-Holland | -0,7 | -4,7 | -4,7 | -4,0 | -2,5 | -16,6 | 16,6 | - |
g. | Novex Rotterdamse Haven | -1,0 | -1,2 | -1,2 | -1,2 | -4,6 | 4,6 | - | |
h. | Strategische Reserve Landelijk Gebied | -3,3 | -9,6 | -6,8 | -2,5 | -1,8 | -24,0 | 40,0 | 16,0 |
i. | Aanvullend (subsidie) budget Wonen 2027-2030 | -14,7 | -4,3 | -19,0 | 19,0 | - | |||
j. | Groenblauwe netwerk | -3,0 | -4,0 | -3,0 | -10,0 | 10,0 | - | ||
#3 | Totaal resterend investeringsagenda | 81,7 | 61,5 | 45,3 | 33,3 | 26,1 | -97,4 | 123,4 | 26,0 |
Toekenning arbeidscapaciteit | -4,4 | -4,4 | -4,5 | -4,4 | -4,1 | -21,8 | 21,9 | 0,1 | |
#4 | Totaal investeringsagenda incl. AC | 77,3 | 57,1 | 40,8 | 29,0 | 22,0 | -119,2 | 145,3 | 26,1 |
Via het Amendement 910 op de Kadernota 2026 is € 120 miljoen gestort in de bestemmingsreserve ‘Investeringsagenda 2026-2030’. De voorstellen in het Statenvoorstel Investeringsagenda 2026-2030 tellen op tot € 142,2 miljoen. In dit bedrag is een beoogde kapitaalstorting opgenomen van € 30 miljoen (voorstel e., Versterking regionaal investeringskapitaal start-ups, scale-ups en innovatief mkb). Bij een kapitaalstorting ontvangt de provincie aandelen die voor hetzelfde bedrag op de balans worden verantwoord als financiële vaste activa. Voor deze kapitaalstorting hanteren we een risicoreservering van 37,5% = € 11,25 miljoen die toegevoegd dient te worden aan de bufferreserve weerstandscapaciteit. Dat betekent dat conform het aangenomen Statenvoorstel de benodigde middelen in de bestemmingsreserve ‘Investeringsagenda 2026-2030’ zijn aangevuld met € 3,5 miljoen tot een totaal van € 123,5 miljoen (€142,2 miljoen -/- € 30 miljoen + € 11,25 miljoen). Daarnaast is een bedrag van € 21,9 miljoen aan extra arbeidscapaciteit beschikbaar gesteld. Dit zorgt voor een totaal aan toegekende middelen van circa € 145,3 miljoen.
De middelen voor voorstel d. staan nog in de reserve Investeringsagenda 2026-2030. De risicoreservering van 37,5% over € 30 miljoen = € 11,25 miljoen van voorstel e. is in deze najaarsnota vrijgevallen ten gunste van de algemene middelen doordat voor de beoogde kapitaalstorting een incidenteel risico is opgenomen in de bufferreserve weerstandscapaciteit. Deze vrijval is ter afdekking van het betreffende risico. Daarmee compenseert deze vrijval aan de algemene vrije reserve de toevoeging aan de bufferreserve weerstandscapaciteit ten laste van de algemene vrije reserve. Het risico staat toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing in de Begroting 2027. De resterende middelen voor voorstel h. staat in de betreffende bestemmingsreserve.
Bovenstaand ziet u een actueel overzicht van de verwerking van de beschikbaar gestelde middelen uit de investeringsagenda. De middelen zijn ingezet binnen verschillende planning & control producten: de Voorjaarsnota 2026, de Najaarsnota 2026 en de Begroting 2027. Specifiek in deze najaarsnota worden middelen geraamd in relatie tot de subsidieregeling wonen waarbij er € 8,2 miljoen aan de reserve Subsidieregeling wonen wordt onttrokken. Daarmee is de volledige € 19 miljoen voor dit onderwerp ter begroting gebracht.
De beschikbaar gestelde arbeidscapaciteit is in de Voorjaarsnota 2026 ten laste van het begrotingssaldo gebracht. De administratieve verdeling aan de verschillende projectvoorstellen vindt plaats in deze najaarsnota. Dit staat apart toegelicht in de 3e w-vraag van de verschillende ambities.
