Eventuele mee- en tegenvallers
In voorgaande paragrafen lieten we het financiële beeld zien zoals dat bekend is bij het opstellen van deze najaarsnota. De bijstellingen in deze najaarsnota hebben hun basis in de inzichten van mei/juni. De behandeling van de najaarsnota in Provinciale Staten staat gepland in november. Provinciale Staten willen bij de behandeling van P&C-documenten, zoals deze najaarsnota, inzicht hebben in mee- en tegenvallers die we verwachten. Die beïnvloeden de financiële realisatiekracht, het vermoedelijke jaarresultaat en kunnen op langere termijn doorwerken. Het is wenselijk om financiële bandbreedtes te gebruiken. Dat is een inschatting van de financiële onzekerheid door middel van een onder- en bovengrens. In het vervolg van deze paragraaf wordt daartoe een aanzet gedaan.
Lasten
Lastneming subsidies
Subsidies zijn een groot deel van de provinciale begroting. De lastneming van subsidies is gebonden aan speciale verslaggevingsregels. Dat wil zeggen dat een verstrekte subsidie in het kalenderjaar 2026 niet altijd als last (volledig) verantwoord wordt in het boekjaar 2026. Voor subsidies onder de € 250.000 worden de lasten verantwoord in het jaar waarin de activiteiten beginnen. Voor subsidies boven de € 250.000 worden de lasten toegerekend aan de jaren waarin de activiteiten plaatsvinden. Dit is ook zo vastgelegd in de provinciale financiële verordening in artikel 4.46.
Via de standaard P&C-cyclus schatten we zo goed mogelijke in wat er aan subsidies verstrekt zal worden en welke bedragen in welke jaren verantwoord gaan worden. De realisatie (= lastneming van subsidies) kan hiervan afwijken. Activiteiten beginnen bijvoorbeeld later dan gedacht of de subsidieontvanger stelt de planning van de uitvoering van activiteiten bij. Ook kunnen er aan het einde van het jaar nog eindafrekeningen van subsidies binnenkomen. Als de ontvanger van de subsidie de activiteiten niet (volledig) uitvoert dan leidt dit tot een teruggaaf aan de provincie. Deze eenmalige voordelen zijn nog niet in de begroting geraamd en komen pas bij het opstellen van de jaarstukken tot uitdrukking. Bij Najaarsnota 2024 is besloten tot het instellen van de egalisatiereserve lastneming subsidies. Daarin worden bij de jaarrekening de niet-bestede subsidiebudgetten gestort waarvoor al verplichtingen zijn aangegaan. Daarmee worden de lastnemingen gedekt van die subsidies in komende jaren. Standaard bijstellingen in P&C-producten zoals de voorjaarsnota en najaarsnota lopen niet via de egalisatiereserve en vinden plaats via het begrotingssaldo . Dat betekent dat wanneer er gedurende het begrotingsjaar aanpassingen worden verwacht in het bestedingsritme van de subsidieontvanger doordat de lasten later worden gerealiseerd, dat wij het kasritme daarop aanpassen. Dat kan betekenen een vrijval in het begrotingssaldo van het lopende begrotingsjaar en een claim op het begrotingssaldo in de daaropvolgende jaren. Deze mutatie is budgetneutraal.
Qua bandbreedte wordt, op basis van voorgaande jaarrekeningen, ingeschat dat dit gaat om een bedrag tussen de € 10 miljoen en € 35 miljoen.
Uitvoeringskracht externe partijen
De provincie heeft als middenbestuur een bijzondere positie. De provincie maakt zelf beleid en voert veel taken zelf uit. Maar de provincie heeft ook veel verschillende rollen als het gaat om het mogelijk maken, stimuleren, regisseren, deelnemen en starten van nieuwe ontwikkelingen en projecten samen met anderen. In die samenwerking hebben we verschillende rollen. Het omgaan met die externe omgeving is een belangrijk deel van het provinciale speelveld. Of het lukt om provinciale ambities te realiseren is afhankelijk van de uitvoeringskracht van externe partijen zoals gemeenten, leveranciers, aannemersbedrijven, grondverzet- en grondwerkbedrijven en omgevingsdiensten. Die afhankelijkheid kan de planning, en daarmee de realisatie van lastenbudgetten, beïnvloeden en kan leiden tot een onderbesteding in de jaarrekening. Qua onzekerheid wordt, op basis van eerdere jaarrekeningen, ingeschat dat dit gaat om een bedrag van maximaal € 15 miljoen.
Verbonden partij - EnergiiQ
Na afronding van het eerste kwartaal 2026 is, zoals gebruikelijk, een kwartaalrapportage ontvangen van verbonden partij EnergiiQ. De provincie bezit aandelen in deze verbonden partij. Als de waarde van dit aandelenbezit (op papier) afneemt, dan wordt hiervoor een dotatie verwerkt in een voorziening. Deze werkwijze volgt vanuit de verslaggevingsregels voor provincies (het BBV). In die eerste kwartaalrapportage is een prognose opgenomen van het verwachte resultaat 2026. Op basis van die informatie is ingeschat dat dit kan leiden tot een aanvullende dotatie aan de voorziening EnergiiQ van circa € 0,8 miljoen. We hebben deze inschatting niet verwerkt in de bijgestelde begroting 2026, omdat deze prognose met onzekerheden is omgeven en daarnaast nog kan wijzigen door bijsturing of nieuwe ontwikkelingen. Dat blijven we volgen via de reguliere kwartaalrapportages en periodieke bestuurlijke en ambtelijke gesprekken. Net als de afgelopen jaren verwerken we een eventuele dotatie in de provinciale jaarrekening 2026 op basis van de (concept) jaarrekening van deze verbonden partij.
Baten
Uitkering provinciefonds
De s eptember circulaire 2026 is vanwege de datum van verschijnen nog niet verwerkt in de najaarsnota. De financiële effecten van de septembercirculaire verwerken we in de Voorjaarsnota 2027.
Motorrijtuigenbelasting
De opbrengst is afhankelijk van het aantal auto’s en ook van het totaal aantal elektrische voertuigen. Mocht het aandeel elektrische auto’s sneller stijgen dan de belastingdienst dacht in haar raming voor het jaar 2026, dan kunnen de opbrengsten voor 2026 lager uitvallen. Ook kunnen de baten hoger uitvallen wanneer de huidige trend van zwaardere volledig belaste auto's, waaronder hybrides, zich doorzet.
Rente
De rentebaten op onze tijdelijke overtollige middelen hangen af van de omvang van deze middelen en van de renteniveaus die de ECB vaststelt. De ontwikkeling van beide factoren is onzeker. Onderuitputting beïnvloedt de hoeveelheid tijdelijke overtollige middelen maar ook het Rijk kan invloed hebben door bijvoorbeeld extra geld beschikbaar te stellen voor specifieke taken. Dit gebeurde in 2024 bijvoorbeeld met ZH-PLG.
De koers van de ECB voor renteverhogingen en -verlagingen wordt sterk bepaald door de inflatie. In de voorjaarsnota hebben we al rekening gehouden met twee renteverlagingen van 0,25% in het eerste half jaar van 2026. De gehanteerde percentages voor de rentebaten op schatkistbankieren zijn bij najaarsnota onveranderd ten opzichte van de voorjaarsnota.
