Begrotingssaldo en Algemene reserve jaarschijf 2026
Het begrotingssaldo is het saldo van baten en lasten ná verrekening met de bestemmingsreserves. Als het begrotingssaldo in een jaar positief is dan wordt dit gestort in de Algemene vrije reserve. Als het begrotingssaldo in een jaar negatief is dan wordt dit onttrokken aan de Algemene vrije reserve. Daarom geven we in dit onderdeel van de najaarsnota inzicht in de meerjarige ontwikkeling van het begrotingssaldo en het verloop van de omvang van de Algemene vrije reserve.
Begrotingssaldo
Het begrotingssaldo 2026 was bij vaststelling van de Voorjaarsnota 2026 (na verwerking amendementen) € 1,9 miljoen negatief. Door de wijzigingen in deze najaarsnota bedraagt het begrotingssaldo € 46 miljoen positief. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van het begrotingssaldo.

Het structurele begrotingssaldo neemt toe van € 22 miljoen nadelig bij de Voorjaarsnota 2026 naar € 27,3 miljoen positief bij de Najaarsnota 2026. Deze verbetering van het begrotingssaldo met bijna € 50 miljoen komt vooral door hogere inkomsten uit de hogere inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting en het provinciefonds (+ € 22 miljoen) en het bijstellen van lasten (reëel ramen) binnen de ambities (+€ 50 miljoen). Daartegenover staan lastenverhogingen als gevolg van decentralisatie uitkeringen in het provinciefonds, extra lasten voor arbeidscapaciteit en de nieuwe inzet uit bijvoorbeeld reserves. Voor de meerjarige effecten zie de toelichting bij de begroting 2027.
Structureel reëel begrotingssaldo
In bovenstaande tabel presenteren we ook een structureel reëel begrotingssaldo. Dit saldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die worden doorgeschoven naar latere jaren. Elk jaar zien we, met name bij de najaarsnota, dat budgetten van structurele taken in het lopende jaar (2026) worden verlaagd en in een later jaar (2027 of verder) worden opgehoogd. Deze bijstellingen zijn meerjarig gezien saldo-neutraal: wat er in het ene jaar wordt verlaagd, komt er in een ander jaar weer bij. Een belangrijke verklaring voor het doorschuiven van deze lastenbudgetten is dat de lastneming van subsidiebudgetten in een later jaar plaatsvindt dan het jaar waarin de subsidie is toegekend. We kunnen die budgetten die worden doorgeschoven ook niet laten vrijvallen, omdat er al juridische verplichtingen voor zijn aangegaan. In deze najaarsnota gaat dit om € 58,4 miljoen aan lastenbudgetten die vanuit 2026 worden doorgeschoven naar 2027-2035. Het corresponderende positieve effect van mutatie valt in de betreffende jaren, waaronder 2027 (€ 18,4 miljoen), 2028 (€ 15,6 miljoen en 2029 (€ 12,5 miljoen).
Het doorschuiven van deze lastenbudgetten is passend bij realistisch begroten, wat een vereiste is vanuit het BBV en daarnaast de aandacht heeft van het college en Provinciale Staten. Tegelijk zorgen deze bijstellingen ervoor dat het structurele begrotingssaldo in het lopende jaar verbetert (in 2026 verlagen we lastenbudgetten), maar het structurele begrotingssaldo in latere jaren verslechtert (in 2027 en verder verhogen we lastenbudgetten). Het reële beeld van het structurele begrotingssaldo wordt hierdoor beïnvloed.
Het structureel reëel begrotingssaldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die zijn doorgeschoven vanuit de Najaarsnota 2026 naar latere jaren (€ -/- 58,4 miljoen) en de middelen die beschikbaar zijn gesteld via de beklemmingen in de jaarrekening 2025 (€ + 3,3 miljoen) en de inzet vanuit de Investeringsagenda 2026-2030 (€ + 16,9 miljoen). Per saldo gaat het in deze najaarsnota om € 38,5 miljoen aan lastenbudgetten. Vanaf 2031 zijn het structurele begrotingssaldo en het structureel reële begrotingssaldo weer nagenoeg gelijk aan elkaar. Het structurele reële begrotingssaldo is voor 2026 daardoor € 11,2 miljoen nadelig (€ 27,3 miljoen -/- € 38,5 miljoen = € 11,2 miljoen). In de Begroting 2027, die gelijk met deze najaarsnota aan uw Staten wordt toegestuurd, is vanaf 2027 een structureel reëel sluitende begroting opgenomen.
Verloop omvang Algemene vrije reserve
Per eind 2026 bedraagt de algemene vrij reserve € 284,5 miljoen. De bufferreserve weerstandscapaciteit heeft een omvang van € 74,3 miljoen. We verwijzen graag naar de Begroting 2027 voor de meerjarige ontwikkeling van de algemene vrije reserve vanwege de daarin opgenomen meerjarige bijstellingen.
Type mutatie | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Alg. reserve na begin v/h jaar incl. jaarrekening | 286,9 | 314,7 | 368,6 | 329,5 | 344,4 | 395,0 |
Begrotingssaldo van het jaar | 46,0 | -39,1 | 14,9 | 50,6 | 67,9 | |
Resultaat van het jaar 2025 | 27,8 | |||||
Storting in reserve Investeringsagenda 26-30 | -3,5 | |||||
Vrijval investeringsagenda risicoreservering | 11,3 | |||||
Alg. reserves | 314,7 | 368,6 | 329,5 | 344,4 | 395,0 | 462,9 |
Correctie bufferreserve weerstandcapaciteit | -74,3 | -88,1 | -88,1 | -88,1 | -88,1 | -88,1 |
Alg. vrije reserve | 240,4 | 280,5 | 241,4 | 256,3 | 306,9 | 374,8 |
